Judo

Wat is judo en waar komt judo vandaan?

Judo is een sport waarbij zowel aanval en verdediging belangrijk is. Je leert hoe je een ander kunt laten vallen en hoe je de ander op de grond kunt houden. Ook leer je hoe je je moet verdedigen en hoe je toch van de grond kunt komen als de ander je vasthoudt. Deze aanvallen en verdedigingen wisselen elkaar af. Het is eigenlijk vechten zonder gemeen te zijn. Judo is een Japanse sport. Daarom worden er ook veel Japanse woorden gebruikt. Deze sport werd door de japanner Jigoro Kano uitgedacht.

Kledij

Tijdens de judolessen en wedstrijden draag je een judogi. Het pak moet stevig zijn, omdat er veel aan getrokken wordt. Het jasje is daarom van dikke stof en er zitten geen knopen aan omdat die misschien blijven haken en omdat ze anders er toch steeds af gaan door het trekken. Je moet hem daarom dichtbinden met een band. De jas heet een kimono. Onder de jas dragen jongens niets, meisjes mogen hun hemd aanhouden. Onder de jas draag je een broek. De broek heet een zubon, en is wijd maar de stof is dunner, zodat je je goed kan bewegen. De broek word omhoog gehouden door een koord of een elastiek. Het pak is meestal wit van kleur. Bij belangrijke wedstrijden kan hij ook blauw zijn zodat je goed het verschil tussen de judoka’s kunt zien. Tijdens de judo draag je dus alleen een onderbroek, je judopak en je band. Je draagt niets aan je voeten en je mag ook geen sieraden dragen. Ook moet je pak schoon zijn.

Gordels

De banden worden ook wel Obi genoemd. Deze band word gebruikt om je kimono dicht te maken. Ook kun je aan deze band zien hoe ver je bent met judo. Als je begint krijg je een witte band hoe verder je komt hoe donkerder je band kleurt. Twee keer per jaar word een examen afgenomen. Je moet dan laten zien wat je al weet en kan. Telkens krijg je dan een nieuwe kleur band of een stukje van die nieuwe kleur band. Dit heet een streep. Eerst verdien je een streep en bij het volgende examen de tweede streep en daarna de nieuwe band. De volgorde van kleuren is: wit, geel, oranje, groen, blauw, bruin, zwart, rood/wit geblokt, rood en dik wit. Je ziet dus dat er veel verschillende banden zijn.

Training

De ruimte waar ik judo doe heet de Dojo, en de mat waarop je judo doet heet de tatami. Iedereen moet in judozit gaan zitten. (Op je knieën zitten, je tenen over elkaar en je handen op je knieën). Dan ga je groeten. Dit doe je door voor over te buigen. Met deze groet beloof je dat je goed je best zal doen. Ook de leraar belooft dat hij je goed les zal geven. Na deze groet begint de les. De les kan bestaan uit het opwarmen, het oefenen van bepaalde worpen en grepen, het oefenen van vallen en wat oefengevecthtjes. MAAR !!:

  • Je mag elkaar geen pijn doen, niet schoppen, slaan of bijten.
  • Je moet direct stoppen als de tegenstander op je rug of op de mat tikt.
  • Je mag niet met je handen of voeten in het gezicht van de ander komen.
  • Je mag de judo alleen gebruiken op de mat en dus niet op straat.
  • Je nagels mogen niet lang zijn, want anders kan je de ander pijn doen.

Aan het eind van de les, gaan we weer in judozit zitten en groeten we ook weer.

Worpen en houdgrepen

Bij judo leer je veel manieren om iemand op de grond te gooien. Dit noem je worpen. Je hebt: beenworpen, heupworpen, handworpen en offerworpen. Als je iemand met een worp op de grond hebt gekregen, is het de bedoeling dat hij niks meer kan doen. Dit kan je bereiken door een greep te gebruiken. Je hebt: Houdgreep, verwurging of armklem. Je moet iemand 25 seconden vasthouden in een greep dan heb je gewonnen. Als tegenstander moet je proberen om natuurlijk je goed te verweren tegen de verschillende worpen. En als je op de grond in een greep ligt moet je proberen om los te komen.

Wedstrijden

Wedstrijden kunnen bij je eigen club zijn of bij andere clubs. Als je mee wilt doen moet je je eerst inschrijven, en je hebt je judopaspoort nodig of vergunning. De wedstrijden wordt je ingedeeld op leeftijd en gewicht. Ook krijgen de judoka’s een rode of een witte band om het verschil tussen de twee goed te zien. Bij belangrijke wedstrijden kan dit verschil ook door een blauwe en een witte judogi zijn. Bij de wedstrijden zijn steeds drie scheidsrechters aanwezig. Een scheidsrechter kijkt of alles eerlijk gaat en hoeveel punten je verdient voor de worpen en grepen die je doet. Langs de judomat zitten nog twee scheidsrechters die de punten aangeven door middel van bordjes en ze houden de tijd in de gaten. Ook is er altijd een EHBO post aanwezig voor het geval dat je je pijn doet. Tijdens de wedstrijden worden vaak wel Japanse woorden gebruikt. Bijvoorbeeld: Bij het begin van de wedstrijd na het groeten: Hajime Als je moet stoppen met greep: Mate

  • 5 punten: yuko
  • 7 punten: Waza-ari
  • 10 punten: Ippon

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.